dagboek – WLB Eindhoven 2012

Ik ben in Afrika geboren maar vanwege de politieke toestand daar, ben ik naar Nederland verhuisd. Ik volg momenteel een inburgeringscursus en ik beheers de Nederlandse taal nog niet goed. Condor heb ik daarom mijn verhaal hieronder op laten schrijven.

Begin 2012 krijg ik de eerste oproep van de Gemeente Eindhoven om me te melden bij het werkleerbedrijf(WLB). 1 februari 2012 ben ik daar begonnen. Begin maart 2012 heb ik toen al meteen een strafkorting gehad om naar mijn mening onterechte redenen (40% later verlaagd naar 15%).

Op dit moment zit ik in mijn derde traject WLB  dus : 3×3 maanden onafgebroken zonder pauze. Volgens mij is dit geheel tegen de gemeentelijke reintegratie verordening 2012 in, zoals die publiekelijk te vinden is op Google : hierin staat namelijk geschreven : “het traject duurt 3 maanden en kan indien noodzakelijk nogmaals worden verlengd met 3 maanden”.

In september 2012 is mijn zoon geboren. Ik ben vlak voor de geboorte op de fiets naar Mercado gegaan om aan mijn casemanager AR persoonlijk vrij te vragen (oa om de moeder te helpen en om mijn zoon aan te geven bij de burgelijke stand). AR was niet aanwezig op Mercado dus toen ben ik naar het WLB gefietst. Op het WLB was AR ook niet aanwezig, maar ik kreeg wel een andere casemanager te spreken namelijk BK. BK heeft mij toen vast gefeliciteerd met mijn zoon en gezegd: Oke, neem maar 1 week vrij. BK gaf mij dus mondeling toestemming om 1 week vrij te zijn, dit is de week van 24-30 september 2012.

Mijn verbazing is dan heel erg groot als ik in die week 1 dreigbrief van AR krijg dat ik perse op 27-09-2012 op het WLB moet komen.
Dit is notabene de dag dat mijn zoon geboren is!!!

Daarom heb ik nu dus wederom een strafkorting van 40 procent aan mijn broek gekregen. Ik ben het hier natuurlijk niet mee eens! Mijn bezwaarschrift heb ik ingediend maar de strafkorting a 40% word gewoon uitgevoerd en dit iedere maand tot nu toe. Ik ontvang slechts 358,99 euro netto bijstand om van te leven, per maand. Ik zit hierdoor compleet financieel aan de grond. Het is niet eerlijk dat ik deze strafkorting(en) heb gehad op de eerste plaats.dwangarbeidersverzet

Hakken, harken en herintreden

Ik stuur dit maar niet naar Het Parool, want kritiek op de slechte journalistiek in hun krant zullen ze niet plaatsen..

Vandaag verscheen een juichend artikel in Het Parool over het disciplineringsproject de Vinkebrug van de stichting Herstelling Werk en Uitvoering in Amsterdam, die zich meer in zijn algemeenheid bezig houdt met door werklozen gehate disciplineringstrajecten waar mensen jarenlang met behoud van uitkering moeten werken en waar de afgelopen drie jaar veel klachten over waren, waarbij de slechte mensonterende behandeling van de werklozen naar voren kwam ook in de publiciteit. Het valt me op hoe geraffineerd die Youri vd Lugt directeur van de Herstelling altijd weer de pers voor zijn karretje weet te spannen. Wij hebben van verschillende dwangarbeiders aan de Laarderhoogtweg gehoord dat als de pers komt, of een gemeenteraadslid bv, bepaalde mensen naar voren geschoven worden en anderen die er onderdoor gaan en kritiek hebben naar huis worden gestuurd of plotseling een opdracht elders krijgen, zodat ze er niet bij zijn. Dat doen ze ook als de wethouder komt. De vorige wethouder Van Es praatte in de veronderstelling dat ze met werklozen praatte, zelfs met taakgestraften in het Amsterdamse Bos, die blij waren dat ze er met een taakstraf vanaf kwamen en die haar van alles op de mouw hebben gespeld hoe prachtig het er was. Ze zijn er werkelijk heel geraffineerd in om een bepaald vals beeld neer te zetten. Dat van die uitstroom is volgens ons lariekoek. Maar… de parool journalist schrijft het op zonder te vragen of te controleren. Hoe krijgen ze het voor elkaar. Slimme adviseurs publiciteit? Youri van der Lugt weigert cijfers beschikbaar te stellen over de aantallen mensen die op de verschillende projecten werken, wat hun kenmerken zijn of tot welke categorie ze qua leeftijd en opleiding behoren, waar degenen die uitstromen naartoe gaan en hoeveel mensen afhaken, cq ziek worden of om andere redenen niet meer aan de trajecten deelnemen, omdat ze uitgesloten worden van de uitkering. Wij hebben iemand op bezoek gehad vorige week, die helemaal niet tot de top 600 behoort, nog nooit een vlieg kwaad heeft gedaan, maar wel een grote sterke, donkere kerel van even in de twintig, met zware schoenen. Nou zo ziet een criminele jongere eruit, begrijp je? Hij heeft eerst op de Laarderhoogtweg gewerkt en moest nu naar de Vinkebrug. In het artikel zelf staat trouwens dat ‘enkele herintreders die niet tot de top 600 behoren’ er moeten werken. Enkele? Het wordt niet nagevraagd. De journalist is ze waarschijnlijk tegengekomen en heeft er even naar gevraagd, of De Herstelling heeft erop geanticipeerd en het hem meteen verteld, zodat er niets aan de hand is als de journalist bij toeval tegen zo iemand aanloopt. Hoe is het mogelijk. Maar misschien velen zullen ermee worden bedreigd zonder dat uiteindelijk de dreiging wordt uitgevoerd. Het wordt breed als stok achter de deur ingezet, denk ik bij het dwi. De redenering dat er een verband bestaat tussen de statistische gegevens over criminaliteit in Amsterdam en het project de Vinkebrug is flinterdun. Een verband is nooit aangetoond. Maar de Parool journalist slikt het voor zoete koek. De directeur van de Herstelling ventileert wel allerlei vage veronderstellingen over verbanden die er misschien-wellicht zouden kunnen zijn, maar misschien ook niet, maar concrete harde cijfers noemt hij niet. Het lijkt me niet waarschijnlijk dat de werkelijke top 600 tot de geselecteerden behoort, want de uitkering stopzetten wordt gebruikt als stok achter de deur om iemand te dwingen aan het project deel te nemen, en de top 600 loopt met geld op straat zonder uitkering. Die gaan niet naar de Vinkebrug. Tenzij ze onder druk worden gezet, zoals uit het artikel blijkt, omdat de geselecteerden strafvermindering krijgen op voorwaarde dat ze bij de Vinkebrug in traject gaan. Wanneer ze het traject niet afmaken, moeten ze weer de gevangenis in. Maar hoeveel dat er zijn? We tasten volledig in het duister. En daarmee is het een vaag, nietszeggend artikel waarin voor de zoveelste maal de feiten niet over het voetlicht worden gebracht en de voorstanders van onbewezen algemeenheden in de Amsterdamse bureaucratie op het gebied van beleidsdoelstellingen van de overheid door kunnen gaan met hun ongecontroleerde praktijken.

Piet.

 

Parool van vandaag

Hakken, harken en herintreden

TEKST MARTIN KUIPER FOTO’S MARC DRIESSEN

In een boomgaard tussen Haarlem en Amsterdam proberen oud-mariniers criminelen uit de Top 600 te helpen hun leven op de rit te krijgen.

Het is dinsdagmorgen, tien uur. Een straffe wind giert over de blubberige boomgaard in de Houtrakpolder, tussen Amsterdam en Haarlem. Houtsnippers vliegen in de rondte. Boomtakken zwiepen tegen de groene bouwkeet. Daarbinnen ontvangt Nico Kemper – voormalige bouwvakker en ‘geschoold door de ervaringen van het leven’ – de moeilijkste draaideurcriminelen van Amsterdam. Van moordenaars tot straatrovers, inbrekers, drugsdealers en loverboys, ze komen allen met één doel: een betere toekomst.

“Waar was je nou gisteren, man?” vraagt re-integratieconsulent Nico Kemper van de Dienst Werk en Inkomen (DWI) verbaasd aan 26-jarige Redouan.

Redouan: “Ik zat vast.”

Kemper: “Vast?”

Redouan: “Ja, in Dalfsen of zo. Ik had geen vervoer terug.”

Deze boomgaard wordt gebruikt door Stichting Herstelling, onderdeel van DWI en gespecialiseerd in re-integratieprojecten voor mensen ‘met een grote afstand tot de arbeidsmarkt’. In 2011 begon Stichting Herstelling met de gemeente Amsterdam De Vinkebrug, een re-integratietraject voor Amsterdamse Top 600-lieden. Veelplegers, louter mannen, die niet geschikt zijn voor andere werktrajecten, krijgen er een spoedcursus in sociale en werknemersvaardigheden. En het bijzondere is: dat gebeurt onder het strenge regime van oud-leden van het Korps Mariniers. Het concept blijkt een succes, deze week begint in Rotterdam eenzelfde traject.

De statistieken zijn goed: minder overlast op straat (het aantal delicten daalde aanzienlijk), vijftig procent blijft na deelname uit de criminaliteit, en een deel van de mannen vindt een geschikte baan, opleiding of dagbesteding.

Dat was voorheen wel anders, zegt Yoeri van der Lugt, directeur van Stichting Herstelling. De eerste projecten van de stichting vonden plaats op de forten van de Stelling van Amsterdam die onder begeleiding van bouwvakkers werden hersteld. “Dat waren geen maatschappelijk werkers. Zij leerden die mannen gewoon te werken, met als uiteindelijk doel gedragsverandering. Dat werkte heel goed, ook doordat ze buiten de stad werkten waardoor het lastig was om weg te lopen. Maar met die Top 600-jongens was het een heel ander verhaal. Die luisterden niet en bedreigenden en intimideerden de boel. Er kwam niks van die mannen terecht. Daarom hebben we oud-mariniers gevraagd. Die zitten er vol op en zijn niet bang.”

Dat betekent niet dat de re-integratie nu vanzelf gaat. Deze doelgroep is grillig en de kans dat een Top 600-jongen in zijn vroegere routines terugval, is groot. Ook Kemper weet dat de weg naar re-integratie lang is. Hij pakt een stift en tekent een weggetje op het whiteboard. Een hobbelig weggetje, vol met kuilen en scherpe bochten. In de berm staan de foute vrienden al te wachten. “Die gasten zeggen: ‘Kom chillen, man. Ga mee spacen en pakken geld verdienen, barkies’.” Barkie is straattaal voor honderd euro.

Via die berm waar hun foute vrienden staan, belanden de jongens terug in het riool. In het riool van de criminaliteit, zegt Kemper. Een plek waar hij geen zicht meer heeft op de jongens. “Dan denk je dat zo’n jongen er bijna is. Fanatiek, gemotiveerd, altijd aanwezig. Tot hij plotseling niet komt opdagen. Dan hoor je later dat hij in het weekend is opgepakt en weer vastzit.”

Laatkomers moeten lopen

De problemen beginnen al op jonge leeftijd, zegt oud- marinier en werkplekbegeleider Arjen van Egmond – een potige einddertiger, in een windjack en op kisten. “Veel mannen kampen met een verstandelijke beperking of een gedragsstoornis. Ze hebben vaak een moeilijke jeugd: vaders is uit beeld en moeders draait op voor het gezin. Ze lopen vaak bij verschillende instanties als schuldhulpverlening, psychiatrische hulp en verslavingszorg.”

Ook op school gaat het stroef. Het tempo ligt te hoog. De rapporten vallen tegen. En de jongens hebben moeite met de autoriteit van de docent. “Ze worden van verschillende scholen gestuurd,” zegt Van Egmond, en zo wordt het dagelijkse ritme van deze mannen uitslapen tot laat in de middag en dan tot diep in de nacht rondhangen op straat. Daar begint het gelazer met diefstalletjes, inbraken, drugs verkopen; zo komen ze voor het eerst in contact met de politie.

Ook Redouans criminele carrière begon al op jonge leeftijd. Zijn criminele cv – hij zat vijf jaar vast – staat vol inbraken, straatroven, mishandelingen en talrijke keren rijden zonder rijbewijs. Nu stapelt hij houtblokken in een drassige boomgaard onder de rook van Amsterdam.

Op De Vinkebrug, waar naast de Top 600-klanten ook enkele andere herintreders aan het werk zijn, verlopen de dagen volgens een vast patroon. De mannen worden om 8.00 uur opgepikt op Station Sloterdijk. Een wit busje brengt ze naar de boomgaard – laatkomers moet lopen. Wie naar wiet of alcohol ruikt, krijgt een waarschuwing en wordt naar huis gestuurd. Wegblijvers – Kemper steekt er de helft van zijn tijd in, zegt hij – worden thuis opgezocht en krijgen ook een waarschuwing. Die kan leiden tot een officieel ‘verweer’, wat inhoudt dat de uitkering gekort wordt of, in het ergste geval, helemaal niet wordt uitgekeerd.

Van 9.00 tot 14.00 uur wordt er gewerkt in de boomgaard; telefoons worden vooraf ingeleverd bij de begeleider. Snoeien, harken, houthakken en kloven. Simpele klusjes die voor structuur en regelmaat zorgen in de chaotische levens van de mannen. En er zijn trainingen in basis- en werknemersvaardigheden. Vragen als: wat zet je zoal op je cv? (Kemper: “Die dingen zitten vaak vol gaten.”) En hoe gedraag je je tijdens een sollicitatiegesprek? Het zijn praktische zaken, waar de jongens veel hulp bij krijgen, volgens DWI-consulent Kemper. “Veel van die gasten hebben nog geen dag in hun leven gewerkt. Dan zitten ze bij zo’n sollicitatiegesprek en knikken ze ja, maar dan begrijpen ze er eigenlijk de ballen van.”

Van 9.00 tot 14.00 uur wordt er gewerkt in de boomgaard; telefoons worden vooraf ingeleverd bij de begeleider. Snoeien, harken, houthakken en kloven. Simpele klusjes die voor structuur en regelmaat zorgen in de chaotische levens van de mannen. En er zijn trainingen in basis- en werknemersvaardigheden. Vragen als: wat zet je zoal op je cv? (Kemper: “Die dingen zitten vaak vol gaten.”) En hoe gedraag je je tijdens een sollicitatiegesprek? Het zijn praktische zaken, waar de jongens veel hulp bij krijgen, volgens DWI-consulent Kemper. “Veel van die gasten hebben nog geen dag in hun leven gewerkt. Dan zitten ze bij zo’n sollicitatiegesprek en knikken ze ja, maar dan begrijpen ze er eigenlijk de ballen van.”

Na het werken is het tijd voor beweging. Drie maal per week sporten de oud-mariniers met de mannen. Fitness, hardlopen, zwemmen – dat werk. Sporten is goed voor de eigenwaarde, zegt begeleider Van Egmond, die merkte dat vooral Marokkaanse jongens er een hekel aan hebben om in hun zwembroek te lopen. “Ze schamen zich kapot. Het sporten kan ze de eigenwaarde teruggeven.”

Ook vandaag wordt er gesport, maar eerst moeten de jongens de houtblokken voorsorteren en kloven. Het tempo ligt laag. Of het zwaar werk is? Denzel (20), sinds vier maanden op De Vinkebrug, vindt van niet. Leuk dan misschien? Ja, deze Amsterdammer is blij met de regelmaat die het traject creëert; hij wil later graag de asbestverwerking in. Daar heeft Van Egmond alle vertrouwen in: “Ik zie dat hij wil werken. Hij is supergemotiveerd.”

Klem geluld

Redouan is minder gemotiveerd. Hij doet nauwelijks zijn best en komt regelmatig niet opdagen. En daar confronteert Kemper hem vandaag mee.

Kemper: “Maar waarom bel je niet af? Daar hadden we toch afspraken over gemaakt?”

Redouan: “Ik had geen beltegoed.”

Kemper: “Dan laat je m’n telefoon toch één keer overgaan.”

Redouan: “Ik had je nummer ook niet.”

Kemper: “Je weet wat de consequenties zijn.” Hij probeert Redouan aan te kijken, maar die kijkt naar de grond. “Dan moet we maatregelen nemen en je gezinsuitkering korten. Of misschien moet je zelfs de laatste maand van je detentie uitzitten.”

Redouan knikt.

“Hij had zich klem geluld,” zegt Kemper later, die via Van Egmond had gehoord dat Redouan in het weekend naar een Surinaams feest was geweest in de Heineken Music Hall. “Daar had hij een meisje leren kennen.”

Redouans verhaal over het aanvragen van en andere uitkering baart hem ook zorgen. Dat wijst, zegt hij, mogelijk op uitkeringsfraude. En zijn verhaal over verwoede sollicitatiepogingen is onzin, volgens Kemper.

Een dag later zijn Redouan en Denzel beiden afwezig. Denzel heeft zich verslapen en is onderweg, maar Redouans re-integratieproject wordt stopgezet. Hij moet zijn laatste maand detentie uitzitten. Kemper: “Hij mag terugkomen op De Vinkebrug als hij die maand heeft uitgezeten. Dan beginnen we weer van voren af aan.”

Of Kemper zich wel eens machteloos voelt? Tuurlijk, zegt hij, maar er zijn ook genoeg succesverhalen. Hij wordt regelmatig gebeld door oud-deelnemers. Laatst nog kwam hij een oude Top 600-klant tegen, die nu getrouwd is, een kind heeft en een baan als verkeersregelaar. “Daar doe je het voor. Al is het er maar eentje die je uit de criminaliteit kan trekken. Dat is al genoeg.”

Uit privacyoverwegingen zijn de namen Redouan en Denzel gefingeerd.

Gemeenten bezondigen zich aan een ponzi verdienmodel

Gemeenten bezondigen zich aan een ponzi scheme verdienmodel gebaseerd op pure uitbuiting

vrijwilligerOm in aanmerking te komen voor een uitkering onder de wet werk en bijstand worden de aanvragers geacht zich volledig in te spannen zo snel mogelijk een baan te vinden. Vanzelfsprekend willen de aanvragers op een uitzondering her en der nagelaten ook zo snel mogelijk aan de slag. Niemand voelt zich prettig bij het ontvangen van een inkomen waar amper van te leven is. In de wet werk en bijstand is opgenomen dat de ontvanger van de uitkering verplicht kan worden mee te werken aan een werkstage of tegenprestatie traject. De werkstage moet de kans op het landen van betaalde arbeid vergroten en mag niet leiden tot het verdringen van banen; de tegenprestatie hoeft niet aan de eerste eis te voldoen, maar moet wel maatwerk betreffen en mag het vinden van betaalde arbeid niet in de weg zitten.

Meten is weten
Om onder het EVRM artikel 4 met betrekking tot dwangarbeid uit te komen, is doelmatigheid van het beleid cruciaal. Gemeenten moeten dus aan kunnen tonen dat de tewerkstelling van de uitkeringsgerechtigden ook daadwerkelijk hun kansen op een baan vergroot.
De wijze waarop je dit aantoont is door een vergelijking te maken tussen een flinke groep die geen ‘werkstage’ volgt en een even grote groep die wel een werk voor uitkering traject doet. Vervolgens meet je de kwantiteit van de uitstroom. Vanzelfsprekend meet je duurzame uitstroom. Een opzetje waarbij werkgevers een contract van een half jaar geven en vervolgens de ‘werknemers’ er weer uitgooien, kwalificeert natuurlijk niet als duurzame uitstroom.

Tot mijn verbijstering worden dergelijke onderzoeken helemaal niet uitgevoerd en als er al een poging wordt ondernomen, is het op methodologisch onverantwoorde wijze. Vanuit het ministerie is pas vorig jaar een experiment opgestart om een meting te gaan verrichten bij zeven gemeenten, de resultaten hiervan worden aan het einde van het jaar verwacht.

Gelukkig hebben we de resultaten uit Engeland.

In Engeland wordt exact hetzelfde beleid uitgevoerd met betrekking tot werken voor de uitkering onder de naam ‘workfare’. Het ministerie heeft een onderzoek (pdf-alarm) laten uitvoeren naar de resultaten met als uitkomst dat werken voor de uitkering de kans op duurzame uitstroming uit die uitkering dus niet vergroot.
En hier een peer review uitgevoerd door the National institute of economic and social research.

Onder jeugdigen werd zelfs een licht tegengesteld effect geconstateerd. De duur van de uikering bleek iets langer (pdf-alarm) voor jeugdigen in een werktraject.

JSA

Deze resultaten slaan het hele fundament onder het werken voor de uitkering weg. Er is geen sprake van doelbinding omdat het de gedwongen participanten geen grotere kans op een duurzame arbeidsbetrekking geeft.

Het verdienmodel van gemeenten
Bij gemeenten is het natuurlijk allang bekend dat werken voor de uitkering voor de deelnemers niet loont in de zin dat het hun arbeidsmarkt kansen zou vergroten.
Toch zijn gemeenten super enthousiast contracten aan het sluiten met bedrijven waarin de mensen uit de bijstand gedwongen aan de slag moeten. Het betreft bijna alleen maar productiewerkzaamheden, zonder maatwerk. De bedrijfseigenaren lachen zich een breuk richting de bank, want wat is er nu mooier dan zo goed als geen loonkosten te hoeven maken; niks toch? Pure winstmargevergroting! De gemeente ontvangt in de meeste gevallen een inleensom, dus zij geven minder uit aan bijstand. Tenminste, dat denken zij; het is namelijk een ponzischeme.
De bedrijven gooien hun eigen personeel op straat, waarvan een deel in de bijstand belandt. Om ook deze ontslagenen weer in een werken voor uitkering traject te plaatsen is dus weer een nieuw bedrijf nodig dat deze mensen gaat plaatsen; een ponzischeme dus dat een eindig karakter heeft.

De schade
Productiewerk, plantsoenendienst, recreatieparkwerk, horeca, winkelbediende; allemaal gewone banen waarmee mensen een fatsoenlijke boterham konden verdienen en zo een leven konden opbouwen. Deze mensen worden nu verdrongen uit hun baan ten faveure van mensen die voor hun uitkering moeten werken. Zij hebben geen vrije arbeidskeuze, geen CAO loon en ook geen normale arbeidsrechten; strafmaatregelen liggen altijd op de loer en daarmee wordt dan ook veelvuldig gedreigd getuige de zwartboeken van FNV en Doorbraak.
Aangezien er geen enkel bewijs is dat de tewerkgestelden ook maar enig positief effect halen uit deze constructie en reguliere arbeid verdrongen wordt, is de hele basis voor het beleid weggeslagen.
Uit een overtuigende hoeveelheid internationaal onderzoek blijkt nog altijd dat de succesvolste re-integratietools bestaan uit maatwerk waarbij scholing een belangrijke factor vormt.
Het mensen treiteren en intimideren zoals nu grootschalig plaatsvindt in de hoop dat ze vrijwillig afstand doen van hun bijstandsrecht is zeker niet in de geest van de wet en dient een krachtig halt toegeroepen te worden.

Bijstand is een vangnet en geen verdienmodel voor gemeenten!

Bijstand Ondersteuning Punt 040 opgericht

bijstand
Bijstandsgerechtigden hebben BOP040, het Bijstand Ondersteuning Punt 040 opgericht.

BOP040 is de ‘Eerste Hulp bij Uitkering‘.

Iedere donderdag kan iedereen met vragen of klachten over re-integratie, wlb eindhoven, etc etc, van 14.00 tot 16.00u terecht bij het BOP040 telefonisch spreekuur op 06-87076932 of via e-mail: info@bop040.nl

Mensen met problemen – kunnen we – direct helpen – aan een advocaat.

Actie tegen Dwangarbeid bij Albert Heijn‏

Albert HeijnPersbericht 01-05-2015

Vandaag 1 mei heeft het Actiecomité Dwangarbeid Nee actie gevoerd bij de Albert Heijn aan de Wibautstraat te Amsterdam. De actie is de eerste in een reeks. Het doel van deze reeks acties is om bedrijven en instellingen te dwingen om niet mee te doen aan de moderne dwangarbeid; gedwongen werken zonder loon om de uitkering te mogen behouden.
 
Het Actiecomité Dwangarbeid Nee is een zelforganisatie van bijstandsgerechtigden die zich verzetten tegen deze dwangarbeid. De Participatiewet maakt ‘re-integratie’ verplicht en elke gemeente probeert bijna overal verplichte ‘re-integratietrajecten’ op te zetten; bij commerciële bedrijven, maar ook bij vrijwilligersorganisaties. De gemeente geeft bedrijven en organisaties zelfs subsidie als zij meedoen.
 
Wij noemen dit dwangarbeid omdat wij door de wet verplicht worden aan die trajecten mee te doen, geen loon krijgen voor onze arbeid en omdat wij gestraft worden als we kritiek hebben. Dit pikken wij niet en daarom voeren wij actie. Wij accepteren niet dat wij uitgebuit worden onder het mom van ‘participeren’ en ‘re-integreren’. Iedereen die dwangarbeiders wil inzetten en zo subsidie krijgt of op loonkosten kan besparen, is een doelwit. Iedereen die tegen uitbuiting is en tegen gedwongen werken zonder loon, is onze bondgenoot. Wie ons wil helpen met ‘re-integreren’ of met ‘participeren’, mag ons gewoon loon betalen.
 
Middels deze actie heeft het Actiecomité van de Albert Heijn geëist dat zij verklaren niet deel te nemen aan gedwongen werken zonder loon. Zolang de Albert Heijn niet tegemoet komt aan onze eisen, zullen wij en onze bondgenoten in het hele land actie blijven voeren bij verschillende filialen.
 
Wij eisen dat de Albert Heijn en andere bedrijven en instellingen geen mensen te werk stellen in het kader van de Participatiewet omdat:
– in het hele land mensen actie voeren tegen gedwongen werken zonder loon en iedereen die niet aan deze eis tegemoet komt, een doelwit is;
– gedwongen werken zonder loon wordt mogelijk gemaakt door een strafregime van kortingen op de uitkering waardoor mensen onder het bestaansminimum komen en naar voedselbanken moeten en zelfs uit hun woning gezet kunnen worden;
– gemotiveerde en betaalde arbeiders vervangen door dwangarbeiders alleen maar negatief is voor de organisatie, voor de dwangarbeider en voor de betaalde kracht;
– gedwongen werken zonder loon mensen niet helpt aan een baan;
– iedereen die wel aan deze eis tegemoet komt, aangeeft geen deel te willen zijn van het helse beleid van de Participatiewet.
 
Filiaalleider Finist van Onna wilde ons niet te woord staan en wilde niks te maken hebben met een verklaring. Toen zijn uiteindelijk drie actievoerders naar binnen gelopen om bij de servicebalie verhaal te halen. 
“Kunnen wij de filiaalleider spreken?”
“Hij wil niet.”
Na enig aandringen kwam hij al druk bellend toch.
“Ik sommeer jullie om het pand te verlaten. Anders plegen jullie huisvredebreuk en dan ga ik de politie bellen. Nee, ik wil niks ondertekenen. Ik sommeer jullie om het pand te verlaten.”
Wij willen natuurlijk niks illegaals doen en daarom zijn we weer naar buiten gelopen.
Enkele aldaar winkelende studenten begonnen spontaan leuzen met ons mee te roepen: “Doe gewoon, geef ons loon.”; “Albert Heijn doe gewoon, geef ons loon.” en deze hadden ze zelf bedacht: “Uitbuiters, uitzuigers, doe gewoon, geef ons loon.”
 
Al met al een geslaagde actie; op naar de volgende!